|
Veel gestelde vragen
| Cavia | Fret | Gerbil | Konijn | Vogels |
De cavia
Huisvesting
Bij de aanschaf van een kooi moet eerst worden bedacht hoeveel cavia’s erin gehuisvest zullen worden.
De minimumoppervlakte voor één cavia bedraagt 60 cm x 40 cm.
Elke cavia meer betekent dus ook een evenredige toename van de benodigde ruimte.
De hoogte van de kooi is minder belangrijk, omdat cavia’s niet klimmen noch hoog kunnen springen.
De kooi dient op een vocht- en tochtvrije plek neergezet te worden.
Een nesthokje of een andersoortige schuilplaats wordt op prijs gesteld.
Er mag geen direct zonlicht in de kooi schijnen om oververhitting te voorkomen.
Bedek de bodem van de kooi eerst met een laagje blanke houtkrullen en daarna met een laagje stro.
Hooi en water moeten altijd volop aanwezig zijn.
Gebruik een zware voerbak die niet gemakkelijk kan omvallen.
Om traliebijten tegen te gaan, kan een knaagsteen worden aangeschaft.
Dit helpt in de meeste gevallen.
Voor de huisvesting buitenshuis gelden dezelfde eisen, echter met dit verschil dat de cavia’s ook beschermd moeten worden tegen andere dieren, zoals katten, honden, roofvogels enz.
Cavia’s kunnen in huis rondlopen zolang het op de vloer niet tocht.
Maar pas op dat ze niet aan stroomdraden gaan knagen en bedenk dat cavia’s niet zindelijk zijn.
Het houden van twee mannetjes in één kooi kan in de meeste gevallen uitlopen op vechtpartijen.
Voedsel
De cavia is een planteneter met een zeer lang spijsverteringskanaal die bovendien een lastige en kieskeurige eter is.
De cavia mist een enzym om vitamine C aan te maken.
Daarom moet op de een of andere wijze 20 mg vitamine C verstrekt worden.
Dat kan in de vorm van speciaal caviavoer en/of voeding dat is aangevuld met voldoende groente en fruit.
Het is van levensbelang dat deze hoeveelheid vitamine C wordt gegeven.
Zelfs bij speciaal caviavoer is een kleine portie groente en fruit een aanrader.
Drachtige en herstellende dieren hebben behoefte aan een hogere dosering vitamine C in de vorm van tabletten of druppels.
Het beste kan die worden toegediend.
De cavia eet ongeveer 80 keer per etmaal en dit betekent dat ze nooit zonder krachtvoer en een goede kwaliteit hooi mogen zitten.
Vers drinkwater is ook een eerste levensbehoefte.
Let bij het geven van krachtvoer op de uiterste houdbaarheidsdatum, omdat vitamine C snel uit de voeding verdwijnt.
Naast dit basisvoer mag altijd een versnapering (fruit, groente of een caviasnack uit de winkel) worden gegeven.
Dit mag nooit ten koste gaan van het basisvoer.
Ziekten
Bij een goede verzorging en huisvesting zal de cavia zelden ziek worden.
Ongedierte kan wel problemen veroorzaken.
Vooral in de zomermaanden kan haarluis, schurft en schimmel ontstaan.
Gelukkig is dit goed te bestrijden en snel over.
Pas echter op met ringworm, een schimmelinfectie die ook besmettelijk is voor de mens.
Doorgroeiende kiezen en tanden verhinderen soms dat een cavia voedsel kan opnemen.
Neem bij ziekte of twijfel over de gezondheid zo spoedig contact op met uw dierenspeciaalzaak.
Tip:
De eerste dagen na aankoop van uw cavia is het verstandig dat u hem eerst wat rust gunt ivm met stress.
Veel plezier met uw huisdier!!!
Naar boven
De Fret
Ik wil een fret!
Maar is dat een verstandige keuze? en.. Wat is het fret voor een dier?
Een fret behoort tot de familie der marterachtigen.
Het is een roofdiertje.
Het fret is een gedomesticeerd dier en komt niet in de vrije natuur voor.
sterker nog: het dier kan in de natuur niet overleven.
Waarom wil ik een fret?
- Het is een vrolijk en tot op hoge leeftijd speels dier.
- Het dier is klein, gemakkelijk hanteerbaar en niet zwaar in gewicht.
- Het fret maakt geen storende geluiden.
- Het dier veroorzaakt (wanneer het gecastreerd is en behoudens een enkele maal gebruik van de anaalklieren), doorgaans geen hinderlijke geuren.
- Het dier is erg actief gedurende een klein aantal uren per dag, maar brengt ook grote delen van de dag slapend door.
- Het fret kan wel tot 10 jaar oud worden, maar het gemiddelde ligt iets lager.
- Het is een dier met een hoge aaibaarheidsfactor, waarvan de vacht (buiten borstelen) weinig onderhoud vergt.
- Het dier is bij een goede opvoeding grotendeels zindelijk in gedrag.
- Een fret is erg ondernemend en intelligent.
en het volgende ook?
Er zijn een aantal dingen die fretten nooit afleren, zoals planten uitgraven, aan de vloerbedekking krabben, soms om bepaalde redenen (bronst, loopsheid, vreemde fretten in huis) een plasje of een poepje doen op een verkeerde plaats.
Fretten willen overal achter, onder, in en tussen kruipen, kunnen soms vreemden bijten of de hond of poes plagen.
Ze kunnen niet opschieten met kleinere huisdieren als vogels, cavia's of konijnen etc.
Een enkele maal gebruiken fretten hun anaalklieren (bij schrik of pijn) hetgeen stinkt.
Dit laatste komt echter niet zo vaak voor.
Wanneer de toiletbak te vies is naar de zin van het fret, dan gaat het dier er meestal naast zitten.
Een fret is moeilijk onder te brengen tijdens uw vakantie en kan meestal ook niet mee.
Zeker niet naar warme oorden.
Hij kan beslist niet tegen temperaturen boven de 30 graden Celsius.
Heb ik de ruimte om een fret te houden?
Voor een buitenverblijf heeft u 6 vierkante meter bodemoppervlakte nodig (voor twee fretten).
Voor een verblijf binnenshuis, voor twee fretten, anderhalve vierkante meter bodemoppervlakte, mits de dieren dagelijks twee maal een uur buiten de kooi mogen spelen.
Bij het houden van meer dieren is er voor iedere fret meer dan een halve vierkante meter voor nodig.
Deze richtlijnen zijn al opgesteld in verband met de ophanden zijn de regelgeving binnen de GWWD (Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren)
Naar boven
De Gerbil
Kenmerken en eigenschappen
De Mongoolse gerbil is 11 tot 13 cm lang en heeft een behaarde staart van 9 tot 11 cm die eindigt in een pluimpje.
Het lichaam is gedrongen en krachtig.
De in verhouding langere achterpoten vallen op.
Gerbils blijven steeds binnen de grenzen van hun woongebied, dat door volwassen dieren en hun jongen gemarkeerd wordt met afscheidingsproducten van hun geurklier.
Die bevindt zich midden op de buik.
De familie of groep woont op zandsteppen in holen met ronde ingangen van drie tot vier centimeter doorsnede, die overdag gesloten worden om de warmte buiten te houden.
Renmuizen zijn zowel overdag als ’s nachts actief
Huisvesting
De beste huisvesting voor de gerbil vormt een grote glazen bak met daarop een stevige, goed passende gazen afdekking.
Afhankelijk van het soort gerbil kan hierin dan een koppel of een groep gehouden worden.
Mannen- en vrouwengroepen zijn mogelijk.
Bij de Mongoolse gerbil gaat het fout, als er meer mannen in de groep zijn dan vrouwen.
Knaagdierkooien met een lage onderbak zijn minder geschikt, omdat gerbils graag graven en de inhoud van de kooi er al snel naast komt te liggen.
Wordt gekozen voor een kooi, dan dient die knaagbestendig te zijn.
De maat van een kooi of bak moet voor een koppel 50 cm x 30 cm x 30 cm zijn.
Groter is altijd prettiger voor de dieren.
Accessoires kunnen het beste gemaakt zijn van steen, glas of roestvrij staal.
Als bodembedekking kunnen veel materialen dienst doen, die enerzijds droog moeten zijn, maar anderzijds niet te veel mogen stuiven.
Bij de inrichting van de bak of de kooi moet er wat te knagen zijn om hun tanden te laten slijten, zoals wilgen- of fruitbomenhout of een knaagsteen.
De huisvesting kan verder verrijkt worden met tal van speeltjes, waardoor de gerbils zich niet vervelen.
De beste temperatuur om gerbils te houden is 20 °C tot 24 °C.
Zet een gerbil nooit op een door de zon beschenen plaats of in een zeer koud vertrek.
Vermijd tocht en vochtige plekken, omdat een gerbil hier niet tegen kan.
Voedsel
In de meeste gevallen kan volstaan worden met een goede hamstermix met zo min mogelijk graspellets, wat katten- en/of hondenbrokjes, insecten zoals meelwormen, universeel vogelvoer of insectenpaté (voor vogels) en verse groenten en fruit.
Leg het voer op verschillende plekken, zodat ze naar hun voedsel moeten zoeken.
Water kan het beste geven worden in een drinkfles.
Waterbakjes worden vaak volgestopt met bodembedekking of worden ondergraven waardoor ze kunnen omvallen.
Voor de vachtverzorging is een zandbak aan te raden.
Het beste is chinchillazand dat bestaat uit zeer fijn woestijnzand.
Dit zand neemt al het vet en vuil op uit de beharing zodat deze weer schoon wordt.
Tot slot mag een pluk hooi niet ontbreken.
Hooi bevat vezels die goed zijn voor de spijsvertering.
Hooi is tevens ideaal als nestmateriaal.
Tot slot..
Bij een goede verzorging en een gevarieerde voeding zal een gerbil normaliter zelden ziek worden.
Naar boven
Het Konijn
Kenmerken en eigenschappen
In de dierenspeciaalzaak komen we voornamelijk de kleinere konijnenrassen tegen zoals de kleurdwerg en de Nederlandse hangoordwerg.
Over het algemeen genomen zijn de mannetjes aanhankelijker dan de vrouwtjes.
De mannetjes daarentegen willen nogal eens gaan sproeien (urine spuiten), ook als er geen vrouwtjeskonijnen in de buurt zijn.
Huisvesting buiten
Als we het konijn gaan huisvesten, hangt de keuze van het hok af van de plek waar het konijn komt te staan.
Komt het konijn buiten te staan dan wordt meestal gekozen voor een houten hok, met daarin een open en een dicht gedeelte.
Een konijn kan prima tegen de kou, mits hij eraan gewend is, maar niet tegen tocht.
Het hok moet zo worden neergezet dat het beschut staat en de zon er niet in schijnt.
Ook regen of sneeuwinslag moet worden voorkomen, eventueel kan het hok tijdelijk worden afgeschermd.
Het is niet goed voor een konijn als het van buiten naar binnen wordt gehaald en na een poosje weer wordt terug gezet.
Door de grote temperatuurschommelingen kan het dier kou vatten.
Uiteraard is de grootte van het hok afhankelijk van de grootte van het konijn.
Huisvesting binnen
Komt het konijn in huis te staan dan kan het dier gehuisvest worden in een kooi.
Een konijn is van nature zindelijk en kan onder toezicht los in huis lopen.
Hou hem altijd wel goed in de gaten, want ze knagen graag aan elektriciteitsdraden, telefoonsnoeren etc.
Het is dus verstandig al deze snoeren goed weg te bergen.
Als bodembedekking in de kooi of het hok kan houtvezel worden gebruikt met daarop een laag stro.
De konijnen die buiten worden gehouden mogen als het koud wordt extra veel stro als nestmateriaal.
Eventueel kan in de mesthoek wat kattengrit onder het strooisel worden gelegd, dit voorkomt geurtjes.
Het hok moet wekelijks worden schoongemaakt.
Verzorging
Een ander deel van de verzorging is het knippen van de nagels.
Dit moet 1 x per 6 -8 weken gebeuren.
De dierenspeciaalzaak verkoopt speciale nageltangen voor de konijnen.
Heeft u gekozen voor een langharig konijn, dan zal regelmatig het haar moeten worden gekamd om klitten te voorkomen.
Eventueel kan het dier 3 x per jaar worden geknipt of geschoren.
Voeding
Voor jonge konijnen is er speciaal voer te koop in de dierenspeciaalzaak.
De samenstelling van dit voer geeft minder diarreeproblemen dan het voer voor volwassen konijnen.
Hoewel de konijnenvoer alles bevat wat het dier nodig heeft, is het beter om dagelijks ruim voldoende hooi te geven.
Dit is goed voor de maagdarmwerking, het dier is er langer mee bezig en van alleen korrels wordt het dier snel te vet.
Als aanvulling kan een konijn wat droog brood, gras, paardenbloemblad, weegbree, wortel etc. krijgen, variatie is belangrijk.
Geef nooit meer dan het konijn in drie kwartier opeet.
Hierdoor wordt rotting van het groenvoer voorkomen.
Negatieve ervaringen met bepaalde groentesoorten zijn vaak het gevolg van en eenzijdig aanbod.
Is een konijn niet gewend om groenvoer te eten, dan moet de overgang van droogvoer naar groenvoer heel geleidelijk gebeuren om darmstoornissen te voorkomen.
Geef jonge konijnen die net zijn aangeschaft de eerste tijd geen groenvoer.
Laat de dieren eerst wennen, maar geef wel veel hooi.
Na gewenning kunnen heel kleine beetje gegeven worden.
Uiteraard moet het dier altijd vers drinkwater tot zijn beschikking hebben.
Gezondheidszorg
Een gezond konijn is attent, heeft een gladde glanzende pels, heldere oogjes, schone oren en een goede conditie.
Als een konijn apathisch wordt, niet wil eten, vermagert, een doffe vacht krijgt, piepende ademhaling heeft, diarree heeft of andere ziekteverschijnselen vertoont, is het verstandig een dierenarts te raadplegen.
Te lang wachten met het inschakelen van deskundige hulp kan fatale gevolgen voor het konijn hebben.
Bij het konijn komen twee besmettelijke ziekten voor waartegen geënt kan worden: myxomatose en VHS/VHD.
Deze enting (tegen beide ziekten) moet twee keer per jaar plaatsvinden.
Bij problemen na aanschaf raadpleeg gerust uw dierenspeciaalzaak.
Naar boven
Vogels
Water en voer
In de handel bestaan er zogeheten standaardmengelingen (een standaardvoer dat door veel vogelsoorten gegeten kan worden) en speciale voor de vogelsoort samengestelde zaadmengelingen.
Vraag daarnaar bij de winkel en zeg welke vogelsoort(en) u bezit.
Vogels ontdoppen het zaad en eten het binnenste op.
De doppen 'vliegen weg' of blijven in het bakje liggen.
Zie deze doppen niet aan voor voer!
Blaas elke dag de doppen weg en vul het voerbakje weer aan met nieuw voer.
Maar een zaadmengsel alléén is niet voldoende!
Geef de vogels minstens tweemaal per week een theelepeltje kracht- of eivoer.
Wanneer ze jongen hebben dienen ze te allen tijde over eivoer te beschikken.
Naast zaad en eivoer dienen de vogels altijd te beschikken over wat grit en fijne kalksteentjes.
Deze zijn nodig voor botgroei, eivorming en een goede werking van de maag.
Ook groenvoer, zoals sla of een paar vingers vogelmuur, kunnen de voeding verder verrijken.
Eenmaal per week of twee weken geldt als een goede regel.
Heel belangrijk is dat de vogel elke dag vers water krijgt om te drinken.
Daarnaast is de aanschaf van een vogelwaterbad voor de beginnersvogels een must.
Op zijn minst dient de vogel twee keer per week een badgelegenheid te krijgen.
Maar beter is nog het dagelijks ter beschikking stellen van een badje en die dan ook dagelijks verschonen met uitsluitend vers water.
Let op!
Vogels zijn niet echt slim.
Zorg er voor dat de voerbak en de waterbak bij pas aangekochte vogels goed zichtbaar staan opgesteld.
Liever wat bakjes te veel dan vogels die doodgaan omdat ze het water of het voer niet hebben kunnen vinden.
Strooi eventueel een handvol voer op de bodem.
Huisvesting
Een kooi dient tochtvrij te staan opgesteld, niet in de volle zon en minimaal 2m van de verwarming af.
I.v.m. grote temperatuurverschillen met name in de winter (kachel aan kachel uit) Kanaries, zebravinken en grasparkieten zijn weliswaar 'winterhard', maar een volière dient ofwel te beschikken over een tochtvrij nachthok ofwel over goed beschutte, tochtvrije hoeken.
Bij de aanschaf van een grasparkiet of agapornis dient de kooi te zijn voorzien van horizontale spijlen om het klimmen van de vogel mogelijk te maken.
Vraag hierbij advies aan de winkelier en koop de kooi niet te klein.
Omdat agaporniden zogeheten 'vleespoten' hebben, zijn deze vogels gevoelig voor vorst omdat dan de teentjes kunnen bevriezen.
Bodembedekking
De bodembedekking in een kooi kan bestaan uit schelpenzand, scherp of maiskorrels, beukensnippers niet-stuivende kattenbakkorrels.
Afhankelijk van de grootte van de kooi en het aantal te huisvesten vogels dient de bodembedekking minstens eenmaal per twee à drie weken ververst te worden.
Doet u dit niet, dan loopt u kans dat de vogels ziek worden ten gevolge van onder andere darminfecties.
Zorg voor voldoende zitgelegenheid: in een kooi minimaal twee ronde zitstokken.
De diameter moet dusdanig zijn dat de teentjes bijna de zitstok kunnen omvatten.
In een volière mogen verschillende dikke en dunne stokken, takken of twijgen aangebracht worden.
Bij problemen of twijfel raadpleeg uw dierenspeciaalzaak.
Naar boven
|